Actueel
Op deze pagina treft u alle nieuwsberichten, publicaties, video's e.d.
Jouw gekozen filters:
Wie het gezag van God verwerpt, erkent op den duur ook niet meer het gezag van mensen.
ds. H.G. Abma (1917-1992)
Die op den HEERE vertrouwen, zijn als de berg Sion, die niet wankelt, maar blijft in eeuwigheid. Rondom Jeruzalem zijn bergen; alzo is de HEERE rondom Zijn volk, van nu aan tot in der eeuwigheid.
Psalm 125 vers 1 en 2
Zonder kennis van het verleden weten we in het heden geen weg te vinden.
Gerrit Holdijk (1944-2015)
Een land waar allen vrij zijn om alles te doen, verliest de echte vrijheid.
O. Noordmans
Wie zich het verleden niet kunnen herinneren, zijn ertoe veroordeeld dat te herhalen.
George Santayana
HEERE, wie zal verkeren in Uw tent? Wie zal wonen op den berg Uwer heiligheid? Die oprecht wandelt, en gerechtigheid werkt, en die met zijn hart de waarheid spreekt.
Psalm 15 vers 1 en 2
Maar wij verwachten, naar Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, in dewelke gerechtigheid woont.
2 Petrus 3 vers 13
Wijsheid is beter dan kracht.
Prediker 9 vers 16
De God van Adam is de God van A’dam.
Okke Jager
De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk.
Psalm 19 vers 1
De goedertierenheid en waarheid zullen elkander ontmoeten; de gerechtigheid en vrede zullen elkander kussen. De waarheid zal uit de aarde spruiten, en gerechtigheid zal van den hemel nederzien.
Psalm 85 vers 11 en 12
De geloofsuitspraak dat God de Schepper is van hemel en aarde is een motie van vertrouwen.
A. van de Beukel
Maar de vrucht des Geestes is liefde: blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.
Galaten 5 vers 22
Een goede herder scheert zijn schapen, maar vilt ze niet.
Suetonis
Jezus Christus zal in doodsnood zijn tot het einde der tijden. Gedurende die tijd moeten wij niet slapen.
Blaise Pascal
Alle goede gave, en alle volmaakte gift is van boven, van de Vader der lichten afkomende, bij Wie geen verandering is, of schaduw van omkering.
Jakobus 1 vers 17